Die ene patiënt

“Na de operatie zette mijn collega een roze flamingo naast zijn bed”

25 februari 2025
leestijd
Medewerkers in het LUMC vertellen over die ene patiënt en hoe die hun kijk op het vak heeft veranderd. Anesthesiemedewerker Annemiek van Malkenhorst (38) ging mee met de Kinderhartmissie naar Suriname. “Op de allerlaatste dag opereerden we nog een jongetje dat niet op onze lijst stond.”

“Het was laat in de middag toen ik in de operatiekamer (OK) in Suriname klaarstond en er nog een extra patiënt binnen werd gereden. In het bedje lag een jongetje van nog geen jaar oud. De baby had een ventrikelseptumdefect, oftewel VSD. Bij deze hartafwijking zit er een gaatje in het tussenschot van de hartkamers. Die middag zou de hartchirurg het gaatje dichtmaken.

“Nog geen twee weken daarvoor – op 13 april 2024 – waren we met het hartteam van Centrum Aangeboren Hartafwijkingen Amsterdam-Leiden geland op het vliegveld van Paramaribo. Het was voor mij de eerste keer dat ik mee was met deze jaarlijkse kinderhartmissie. Vroeger kwamen de kinderen naar Nederland. Tegenwoordig gaan de specialisten naar hen toe, zodat ze bij hun ouders kunnen blijven en in een vertrouwde omgeving worden behandeld.”

Twaalf verhuisdozen

“Voor ons vertrek had ik allerlei anesthesie-instrumenten ingepakt, zoals naalden en beademingsslangen. Twaalf verhuisdozen vol die meegingen in het vliegtuig. In Nederland had ik ook al contact gehad met Alice: de anesthesiemedewerker ter plekke, die al 20 jaar meewerkt aan deze missies. Zij kent het ziekenhuis goed en hielp ook dit keer met het bestellen van bloed en medicijnen.

“Ik had ook een lijst gekregen met dertien kinderen met een aangeboren hartafwijking die wij in het ziekenhuis van Paramaribo zouden gaan opereren. Sommige kinderen hadden een halfjaar gewacht op deze eerste, tweede of zelfs derde operatie. Hun ouders waren blij dat er weer een hartteam uit Nederland langskwam.”

Levensreddende operatie

“Het jongetje van nog geen jaar oud met VSD stond in Nederland nog niet op de lijst. Toen wij in Suriname waren, hoorden zijn ouders via via van onze komst en kwamen zij zo snel mogelijk naar het ziekenhuis in Paramaribo. Zij arriveerden op woensdag – onze één na laatste operatiedag. De cardioloog onderzocht het jongetje en stelde voor dat we hem op donderdagmiddag na de laatste patiënt op de lijst nog zouden opereren.

“Je moet je voorstellen dat wij toen al bijna twee enorm intensieve weken achter de rug hadden. Iedereen was doodmoe. Op het moment dat de cardioloog over dat jongetje appte, waren we aan het werk in de OK. ‘Is iedereen het er mee eens dat we een extra patiënt behandelen op de laatste operatiedag?’, vroeg hij. Ondanks de vermoeidheid was iedereen supergemotiveerd: deze ouders waren halsoverkop vanuit de jungle vertrokken, zodat wij hun baby nog konden opereren.”    

Roze flamingo

“Dat ons hartteam die extra levensreddende operatie op het laatste moment nog kon doen, vond ik heel bijzonder. De operatie van het jongetje verliep verder hetzelfde als die van de andere kinderen. Zijn ouders ging niet mee de OK in, maar namen in de ruimte ernaast afscheid van hun kind. Dat is normaal in Suriname. Het viel me op hoe sterk kinderen daar zijn. Ook oudere kinderen laten de medische handelingen rustig over zich heenkomen.

“Toch is zo’n hartoperatie voor kinderen natuurlijk altijd spannend. Als anesthesiemedewerker probeer ik patiënten daarom altijd op hun gemak te stellen. In Suriname gaf ik ze allemaal een klein cadeautje om ze een beetje af te leiden. Het jongetje kreeg van mij een rammelaar. Ons hartteam had in Nederland allerlei leuke dingen verzameld en ingepakt in dozen.

“De operatie van het jongetje duurde twee uur en alles verliep goed. Na de operatie zette mijn collega een roze flamingo naast zijn bed. Dat is een traditie van onze perfusionisten: ook in Nederland krijgen alle geopereerde kinderen zo’n knuffel. Met de flamingo op zijn bed brachten we het jongetje naar de door ons ingerichte Intensive Care.”

‘Het gaat goed met ze’

“De levensreddende operatie van deze baby – en de andere dertien kinderen – was voor mij niet waardevoller dan mijn gewone werk in het LUMC. De context waarin we opereerden was wel anders. Zo was de samenwerking met collega’s intensiever. Twee weken lang werden we om 7.15 uur bij het hotel opgehaald en maakten we met een klein team lange dagen in de OK.

“Maar ik vond het vooral bijzonder dat ik de patiënten langer zag. In Nederland breng ik een kind naar de IC op een andere verdieping en de volgende dag ga ik weer aan het werk op de OK. In Paramaribo lag de IC pal naast de operatiekamer. Aan het eind van de dag wachtten we daar op elkaar, voordat we teruggingen naar het hotel. Dan keek ik of de kinderen wakker waren of zelfs alweer rechtop zaten in bed, en vertelde onze IC-verpleegkundige hoe het met ze ging.

“Op zaterdagavond 27 april vlogen we terug naar Nederland. Die ochtend hadden we de laatste kinderen op onze IC naar de eenvoudige kinderbewakingsplek in het ziekenhuis gebracht. Het was opvallend hoe snel alle veertien geopereerde kinderen waren opgeknapt. Ook het jongetje met VSD van nog geen jaar oud. In de week na onze missie kreeg onze kindercardioloog een appje van zijn collega in Suriname: ‘Alle kinderen zijn naar huis en het gaat goed met ze.’ Dat was natuurlijk super om te horen.”  

Lees ook het nieuwsartikel Specialisten CAHAL naar Suriname voor kinderhartmissie. In april 2025 gaat er weer een team van Centrum Aangeboren Hartafwijkingen Amsterdam-Leiden (CAHAL) naar Suriname.

Strategie-Banner-Samen met de regio.png