'Het is mooi om te laten zien dat je een positieve bijdrage kunt leveren aan iemands leven’
&w=710&h=710)
Wat voor lessen/begeleiding geef je?
“Ik ben docent Verpleegkunde aan de Hogeschool Leiden en werkbegeleider op Chirurgie 2 in het LUMC. Dit is een verpleegafdeling voor chirurgie - lang verblijf, met als specialismen: orthopedie, traumatologie, urologie en vaatchirurgie. Heel vaak word ik samen met studenten ingedeeld op een aantal patiënten op de afdeling. Door die samenwerking leert een student bepaalde vaardigheden, waarbij we geleidelijk toewerken naar zelfstandig handelen van de student. Als ik het idee heb dat een student weet wat er moet gebeuren, dan neem ik een stapje terug. Ik houd als senior verpleegkundige dan natuurlijk wel altijd nog toezicht op wat er gebeurt. Je moet zeker weten dat het goed gaat, een patiënt is immers geen proefkonijn. Waar nodig spring ik bij of corrigeer ik. We spreken ook altijd even na wat er goed ging en welke tips er nog zijn. Het belangrijkste is dat je een student kunt vertrouwen en dat ze bij twijfel een seintje geven of hulp vragen.”
Wat vind je het meest uitdagende van de werkbegeleiding?
“Om de studenten kritisch te laten kijken naar de patiënten: wat zie je, wat is hier aan de hand? Maar ook om kritisch naar zichzelf te leren kijken: hoe ga je nu te werk en welke keuzes maak je? Op Chirurgie 2 blijven patiënten vaak langer in het ziekenhuis. Soms is er meer aan de hand dan waar de patiënt voor is opgenomen. Het is belangrijk om die grote puzzel te zien. En soms komen studenten zelf met opmerkingen die ik nog niet wist. Bijvoorbeeld dat een bloeddruk langzaamaan steeds hoger wordt. Of dat er in de thuissituatie geen mantelzorgers zijn, waardoor ontslag naar huis soms ingewikkeld of onmogelijk kan worden. Het is hartstikke goed dat ze dat opmerken.”
Heb je ook studenten op de hogeschool in de les die je hier terugziet op de afdeling?
“Ja, van tijd tot tijd komt dat voor. Ik heb collega’s op de afdeling in het LUMC aan wie ik eerder lesgegeven heb. Maar ik zie het ook andersom; dat ik op de hogeschool een voormalige leerling of stagiaire uit het LUMC in de les krijg. Het is leuk om die ander dan ook in een andere rol mee te maken; je leert elkaar dan wat beter kennen. Persoonlijk vind ik dat de twee rollen en banen die ik combineer (verpleegkundige en docent) elkaar heel mooi aanvullen: meer kennis voor in de praktijk, en meer context en voorbeelden voor in het onderwijs.
Hoe enthousiasmeer je studenten?
“Door te laten zien dat verpleegkunde een heel mooi vak is. Het is veelomvattend. Je moet best veel weten en kunnen, om voor de patiënt een goede verpleegkundige te zijn. Soms zeggen patiënten: ‘Jullie zijn een halve dokter.’. Nou, dat zijn we niet, maar je moet wel op allerlei vlakken kunnen volgen en weten wat er gebeurt en mogelijk is. En bijvoorbeeld kunnen uitleggen waarom een bepaald onderzoek wordt aangevraagd, zoals een bloedonderzoek of een CT-scan.”
“Het is ook mooi om te laten zien dat je een positieve bijdrage kunt leveren aan iemands leven en dat patiënten je daar erg dankbaar voor zijn. Dat is vooral belangrijk in situaties waarin het niet goed gaat, of wanneer iemand ongeneeslijk ziek is. Vaak zeggen mensen dat ze iets niet meer kunnen. Jij kunt ze helpen te laten zien wat nog wél kan. Door lotgenotencontact kunnen mensen bijvoorbeeld veel tips krijgen. Die positieve insteek is belangrijk voor verpleegkundigen: wat kan er nog wel en hoe kan ik daaraan bijdragen?”
Is er een student die jou is bijgebleven?
“Ik herinner mij twee studenten in het LUMC die allebei weinig vroegen. Op een gegeven moment sprak ik ze hierop aan. De eerste student dacht dat alles zelf uitgezocht moest worden. Ik gaf toen aan dat dit een omgeving is waar je kunt leren door vragen te stellen. En dat daarvan gebruik gemaakt kan worden. Hoe meer mensen vragen, hoe meer ze leren. Je krijgt er op die manier collega’s bij die ingewijd zijn in het vak. De tweede student gaf aan: ‘Ik denk dat ik alles wel weet’. Toen vroeg ik of diegene dat zeker wist. Het is namelijk gevaarlijk als je aannames gaat doen, in plaats van dat je dingen navraagt, uitzoekt en checkt. Zeker als het gaat om gezondheid en ziekte, moet je als verpleegkundige zeker zijn in je handelen en niet gokken. Dus ik heb liever dat je het vraagt. Dan komen we er vanzelf achter of de ideeën kloppen.”
“Ik heb meer bewondering voor iemand die zegt het niet zeker te weten, dan voor iemand die denkt alles al te weten. Ook al werk je nog zo lang, er zijn soms situaties waarvan je denkt: ik weet niet zo goed waar ik mee te maken heb. Of dat je aan een collega vraagt: ‘Ik heb deze wond, zou je even willen meekijken? Want ik ben er niet zo zeker van’. Dat vind ik een gezonde sfeer, niet competitief. Door collega’s mee te laten denken en kritisch naar jouw handelen te laten kijken, lever je in en door die samenwerking het beste resultaat. Zo leer je zelf ook steeds bij.”
Hoe help je studenten die iets moeilijk vinden?
“Ik ga dan met ze in gesprek. Soms kom ik er achteraf pas achter dat studenten iets echt lastig vonden. Bijvoorbeeld een patiënt voorbereiden op een ingrijpende operatie. Het is de kunst dat je met de studenten in gesprek gaat om te ontdekken wat daarachter zit. Is het onbekendheid? Of is het misschien iets vanuit de thuissituatie? Misschien heeft een familielid bijvoorbeeld zelf kanker gehad. Het is belangrijk om er echt achter te komen waar die moeite en het-er-tegenop-zien op vastzit.”
Wat wil je studenten meegeven?
“Verplegen is boeiend en interessant werk. Een opleiding tot verpleegkundige is tegenwoordig in feite een opleiding met baangarantie, door het toenemende tekort aan verpleegkundigen. En het is werk waar je veel aan hebt. Niet alleen binnen de muren van een instelling, maar ook daarbuiten. Wat je door de opleiding en het werk meekrijgt, is iets wat je mee kunt nemen in de manier hoe je zelf je leven leidt en inricht. Ook is elke dag anders, het is zeker niet saai. En hoewel het best druk is, vliegen de werkdagen voorbij. Je kunt jezelf ontwikkelen, maar je kunt ook werken aan de ontwikkeling van een ander. Je helpt mensen weer op de rit.”’
Afsluitend, waarom ben je docent?
“Omdat het mooi, zinvol, afwisselend en uitdagend werk is en om jonge mensen op te leiden tot kritische en competente verpleegkundigen in een gezondheidszorg die continu verandert. Ik werk mee aan het opleiden van goede collega’s, ook voor de toekomst. Er is medisch-technisch steeds meer mogelijk, maar stijgende kosten, personeelstekort en een veranderende samenleving dwingen tot het maken van keuzes en een andere manier van werken. Als de volgende generatie verpleegkundigen goed opgeleid is, kan ik 'het stokje' uiteindelijk gerust doorgeven. Het is bijzonder om daar aan bij te mogen dragen. Dus: daarom docent!”
In ‘Daarom docent’ zijn onze docenten aan het woord. Mensen uit het vak die zich elke dag inzetten voor onze toekomstige zorgprofessionals. Uiteraard met uitdagingen, maar vooral met heel veel plezier.